nlen
Berlagejaar

Berlagejaar

BERLAGE X BEETHOVEN

Eén van de mensen die een enorme stempel op de stad Amsterdam heeft gedrukt is de architect, stedenbouwkundige en totaalkunstenaar Berlage. Amsterdammers die in en rond de Beethovenstraat wonen worden nog dagelijks aan deze visionair herinnerd door de verschillende gebouwen en buurten met zijn zeer herkenbare handtekening. Daarom hebben we 2020 bestempeld al Berlagejaar. Naast een informatief boekje over Berlage, worden er ook rondleidingen georganiseerd, in samenwerking met Museum Het Schip.

Het beeld van Berlage

Iets verderop, op het Victorieplein, het scharnierpunt van zijn wereldberoemde Plan Zuid, kijkt Berlage, die ook wel de vader van de moderne Nederlandse architectuur wordt genoemd, uit over Amsterdam. Berlage heeft een grote rol gespeeld in de geschiedenis van de Nederlandse bouwkunst. Zijn rijke oeuvre bestrijkt een periode van meer dan 50 jaar. Van het eind van de 19e tot de eerste decennia van de 20e eeuw. Het bevatte beeldbepalende bouwwerken zoals de gebouwen voor de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, het gebouw van de Algemeene Nederlandsche Diamantwerkersbond, de nieuwe Amsterdamse Beurs, de Christian Science Kerk, maar ook het sprookjesachtige jachtslot St. Hubertus en het Gemeentemuseum in Den Haag. Daarnaast maakte hij uitbreidingsplannen voor Amsterdam-Zuid, Den Haag en Utrecht en speelde hij als spreker en schrijver een belangrijke rol in de architectuur. Berlage bracht ontwikkelingen uit de internationale architectuur naar Nederland, wat invloed heeft gehad op belangrijke architectuurstromen als De Stijl, de Amsterdamse School en de Nieuwe Zakelijkheid.

 

Functionaliteit en schoonheid

Waarom was Berlage een bijzonder architect? In de eerste plaats omdat hij een vernieuwer was. Technische en maatschappelijke ontwikkelingen waren volgens hemzelf de basis van zijn bouwkunst. Hij zette zich af regen het eclecticisme van de 19e eeuw. Hij koos niet voor een modern materiaal als beton, maar pleitte voor eerlijk materiaalgebruik. Hout moest eruitzien als hout en steen als steen en vooral niet worden geschilderd of bepleisterd. Decoratie moest een functie hebben en de architectuur draaide om samenhang tussen de constructie en versiering en om het evenwicht tussen functionaliteit en schoonheid.

Asymmetrie

Zijn gebouwen zijn sober te noemen. Ze zijn onversierd en hebben simpele vormen. Ook dit was nieuw in zijn tijd. Er werden toen namelijk nog veel gebouwen gemaakt met veel versieringen en decoraties, zoals zuilen in de gevel. Verder gebruikte Berlage veel baksteen als bouwmateriaal, maar hij gebruikte ook nieuwe materialen, zoals staal. Het bijzondere hierbij was dat de materialen die hij gebruikte goed zichtbaar bleven binnen het gebouw. Hij verstopte deze niet achter bijvoorbeeld een laag stucwerk. Je kunt in zijn gebouwen dus vaak goed zien hoe en waarvan het gebouw is gemaakt. Veel van zijn gebouwen hebben één of meer torentjes. Dit zie je ook bij de Beurs van Berlage en de Burcht van Berlage. Berlage maakte vaak asymmetrische gebouwen. De torentjes staan daarom op zijn gebouwen vaak niet in het midden op het gebouw, maar juist aan de zijkant. En ook dit was vernieuwend in die tijd. Andere architecten kozen juist vaak voor symmetrie. Omdat zijn stijl zo anders was als die van andere architecten in zijn tijd, is hij zo bekend geworden.

Stedenbouw

Maar Berlage was iet alleen architect. Hij was ook stedenbouwkundige. Hij maakte belangrijke uitbreidingsplannen voor Amsterdam en Den Haag, maar was ook betrokken bij uitbreidingsplannen in onder meer Delft, Utrecht en Rotterdam. Plan Zuid voor de uitbreiding van Amsterdam is wel zijn meest bekende en gewaardeerde plan geworden.

Levensverhaal

We starten bij het begin. Hendrik Petrus Berlage (Amsterdam, 21 februari 1856 – Den Haag, 12 augustus 1934), Hein Berlage voor intimi, werd geboren aan de Keizersgracht, als kind van welgestelde, liberale ouders. Zijn vader Nicolaas Willem was hoofd van de Burgerlijke Stand van Amsterdam. Hij was de oudste van vier kinderen.

Internationale invloeden

Na zijn kindertijd, verhuisde het gezin naar het Oosten des lands waar Berlage naar de HBS ging. Zijn moeder Anna Catharina Bosscha was overleden en zijn vader hertrouwde in Arnhem. In 1874 en 1875 startte hij met een opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, om tekenaar en schilder te worden. Hij haalde geen hoge cijfers wilde veel liever architect worden. Een architectuuropleiding bestond alleen nog niet in Nederland. Dit was toen een ambacht dat je leerde in de praktijk, op een architectenbureau. Dat wilde hij niet en daarom ging hij studeren aan Bauschule van het Eidgenössische Polytechnicum (later: ETH), in Zürich. Hier kwam hij in aanraking met de denkbeelden van onder meer de Duitse professor en architect Gottfried Semper en de Franse Eugène Viollet-le-Duc, bekend van restauraties van onder meer Sainte-Chapelle en de Notre-Dame in Parijs. Hun invloeden zijn duidelijk terug te zien in zijn latere werk. Na zijn studie en na drie jaar gereisd te hebben door Frankrijk en Duitsland en in Italië op zoek was gegaan naar om de vroege Renaissance, ging Berlage aan de slag bij het bureau van Theodor Sanders. In 1884 werd de getalenteerde Berlage mede-eigenaar van het bureau, wat een erg snelle carrièrestap was voor een jonge architect. Samen ontwierpen ze verschillende gebouwen in neorenaissancestijl. Voorbeelden zijn het Volkskoffiehuis in Amsterdam en proeflokalen voor Bols in onder meer Amsterdam, Antwerpen, Parijs en Berlijn. Ondertussen was Berlage getrouwd met Marie Bienfait met wie hij in totaal vier kinderen kreeg: drie dochters en een zoon.

Koopmansbeurs

In 1889 begon Berlage een eigen bureau. Aanvankelijk ontwierp hij voornamelijk in de toen gebruikelijke neostijlen, zoals een pand van winkel in glas en serviesgoed Focke & Meltzer in Kalverstraat. Al snel zette hij zich af tegen de heersende neo-stijlen en ging hij experimenteren met een mengvorm van rationalisme en jugendstil. De denkbeelden van Semper klonken door in zijn nieuwe opvattingen. Zijn nieuwe stijl is zichtbaar in de ontwerpen voor de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, waarvoor hij als huisarchitect werkte, bijvoorbeeld aan het Muntplein te Amsterdam. Voor Berlage was bouwkunst geworteld in actuele maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Schoonheid kwam voort uit eerlijk materiaalgebruik en functionele decoratie en moest er weer verband komen tussen architectuur en de toegepaste kunsten.

Radicaal liberalisme

Met deze opvattingen kwam Berlage in het vizier van wethouder van Publieke Werken Willem Treub, die hem naar voren schoof als de architect van de nieuwe Koopmansbeurs in Amsterdam. De stijl van Berlage gaf uiting aan het gedachtegoed dat Berlage en Treub deelden: het radicaal liberalisme, een politieke stroming die als voorloper van de sociaaldemocratie gezien kan worden. Bij het ontwerpen van de Beurs had Berlage de idealistische droombeelden van een gebouw waarin kunst, cultuur, economie en maatschappij zouden samenkomen.

Niet blij

De Beurs van Berlage kwam in de plaats van de te klein geworden Beurs van Zocher (op de plek waar nu de Bijenkorf staat), die uit de mode was geraakt en niet meer paste bij gebouwen als het nieuwe Centraal Station van Cuypers. Berlage won in 1896, als enige Nederlandse inzender, de prijsvraag die door de gemeente in 1885 was uitgeschreven. Dit nadat er jarenlang was gesteggeld over de precieze plek, de financiering en het ontwerp. In 1903 was het gebouw gereed. Weinig mensen waren overigens blij met het eindresultaat, omdat het uit de toon viel bij andere gebouwen in de buurt. Toch was dit voor Berlage een opmaat tot meer opdrachten van overheidsinstellingen, bedrijven en particulieren en wordt het gebouw nu gezien als baanbrekend.

Rationalisme

Vanaf het einde van de 19e eeuw was het rationalisme een belangrijke architectuurstroming. Berlage ontwierp van daaruit de plattegrond van een gebouw, met vlakke bakstenen muren en gebruik van natuursteen om belangrijke punten te benadrukken. De Koopmansbeurs van Berlage wordt gezien als het begin van de moderne architectuur in Nederland. De stijl werd al snel overgenomen door architecten als Tjeerd Kuipers en Willem Dudok, die zich er nog lang door lieten inspireren. Ook nadat de stijl van Berlage zelf al lang was doorontwikkeld. Het rationalisme kreeg te maken met een tegenbeweging in de vorm van de Amsterdamse School, waarvan de architecten ironisch genoeg een belangrijke rol speelden bij de invulling van Berlages uitbreidingsplan voor Amsterdam, Plan Zuid.

Fotografie: Stadsarchief Amsterdam